Concept & copy, schrijver

Tag: werk

Ik ben niks meer.

Als je klein bent denk je er al over na: wat wil ik later worden als ik groot ben? Het gaat dan om een beroep. En een beroep, dat word je inderdaad. Dat ben je. Met alles wat daarbij hoort. Je wordt stratenmaker. En dan fluit je dus naar vrouwen. Ook als je eigenlijk heel verlegen bent. Als bankemployee draag je een stropdas, hoe dat ding je adamsappel ook geselt en je de adem ontneemt. Als motoragent laat je je snor staan, al klaagt je vrouw daar tijdens de sex al jaren over. Als verkoper slijm, draai en lieg je je de dag door. En je sluit je gevoel maar af omdat het anders niet te doen is. Je wordt je beroep en gaat je ernaar gedragen. En dat gedrag strookt lang niet altijd met hoe je eigenlijk bent. Hoe jij je graag wilt gedragen.

Ik zat laatst in de auto, voor mijn werk,  en dacht: ben ik eigenlijk geworden wat ik wilde worden? Nou nee. Ik droomde vroeger dat ik – in chronologische volgorde –  profvoetballer, archeoloog en later natuurdocumentairemaker zou worden. Uiteindelijk werd ik copywriter. Maar sinds ik de aandelen van mijn reclamebureau verkocht heb, ben ik eigenlijk niks meer. De kop van mijn website is dan ook gewoon mijn naam. Daaronder staan wel wat aanduidingen: schrijver, columnist, copywriter, conceptbedenker. En in mijn bio staat dat ik foto’s maak. Zo veel beroepen tegelijk zijn, kan natuurlijk niet. Dan zou ik schizofreen worden. Ik kwam erachter dat ik gewoon Pierre ben en dat ik beroepen doe. Ik word of ben ze niet. Ik doe werkzaamheden die ik leuk vind. Waar ik energie van krijg. Zonder dresscode, vakterminologie of ‘beroepsgedrag’. Heerlijk. En ik ken er steeds meer: mensen die moeilijk kunnen bestempelen wat ze nou precies zijn. Mensen die bepaalde vaardigheden hebben die ze niet in een beroep, in een hokje, kunnen vangen. Wat mij betreft gaan we beroepsmatig niks meer worden of zijn. We gaan de werkzaamheden doen die bij ons passen. Weg met de functie-aanduiding op de visitekaartjes. En even een zijstraat, politiek gezien ben ik ook niks meer. Niet rechts en niet links. Volgens mij wordt het tijd om flink wat heilige hokjes omver te schoppen. Ze beperken ons enorm.

De winst van plezier in het werk

Ondernemers denken in resultaat. In omzet, in winst. Op resultaat sturen is echter lastig. Je kunt wel zeggen dat je aan het eind van het jaar een winststijging van 20% gerealiseerd wil hebben, maar dat heb je niet helemaal zelf in de hand. Wat is resultaat eigenlijk? De dikke Van Dale is er duidelijk over: de resultante van een proces. Kortom, het proces voor – de weg naar – resultaat is belangrijk. En daar kun je wel op sturen. Elke dag.

Toen Johan Cruijff trainer werd van Barcelona, wist hij één ding: als alle spelers elke dag met plezier trainen, is de kans op succes het grootst. Dus pakte hij het minst plezierige aspect uit het profvoetballerbestaan aan: de conditietraining. Hij ging om tafel met de conditietrainer en samen bedachten ze een programma om het leuk te maken. Geen rondjes hollen, maar oefeningen met een bal erbij bijvoorbeeld. Het werkte; hij werd meer dan eens Spaans kampioen en won de eerste Europacup 1 van de club.

Plezier in het werk betekent een optimale motivatie. En dat leidt automatisch weer tot optimale productiviteit. Dat geldt niet alleen voor sporters, maar ook voor werknemers.

Wat doet u als ondernemer om het werkplezier van uw mensen te verhogen? Blijft dat bij een vrijdagmiddagborreltje, een goedgevuld kerstpakket en een jaarlijks uitstapje? Of gaat u verder? Durft u afscheid te nemen van die klant die weliswaar veel omzet genereert voor uw bedrijf maar die met zijn houding het plezier van vele werknemers verziekt? Inventariseert u de wensen van elk individu binnen uw organisatie? Weet u van al uw werknemers aan welke taken ze de grootste hekel hebben, welke activiteiten hun werkplezier het meest bederven? En doet u daar vervolgens wat mee, of moeten ze niet zeuren en gewoon blij zijn dat ze bij u mogen werken? Is uw bedrijfspand een inspirerende omgeving voor uw werknemers? Mag die ene werkneemster haar hond meenemen naar het werk, waardoor ze zich minder schuldig voelt ten opzichte van dat beestje? En dus beter in haar vel zit op haar werk? Of mag dat niet omdat dan ‘het hek van de dam is’ en het ‘een rotzooitje’ wordt?

Natuurlijk, de mentaliteit van de werknemers is veranderd. De huidige generatie heeft de oorlog niet meegemaakt. Ik kwam laatst een pas afgestudeerde twintiger tegen die zeker niet meer dan vier dagen per week wilde werken. Anders had hij te weinig tijd voor zichzelf. Maar klaag niet, verander mee met de maatschappij en speel er slim op in. Dat een ondernemer niet aan alle wensen van al zijn werknemers kan voldoen, is duidelijk. Hoe groter de organisatie, hoe lastiger. Maar zie dit niet als excuus om er dan maar niks aan te doen. Doe het maximaal haalbare. Steek uw nek uit voor uw werknemers, investeer in hun werkplezier. Dan zullen zij blij en gemotiveerd zijn en hebt u voor u het weet die 20% winststijging te pakken.

Deze column verscheen in april 2010 in het ondernemersmagazine Knooppunt Groningen.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén