Concept & copy, schrijver

Tag: trv stadspark

Kantoor met veranda

Toen ik in de zomer van 2008 freelance schrijver werd, bleek thuiswerken als snel lastig met twee jonge kinderen en een eveneens thuiswerkende vriendin. Dus ging ik op zoek naar een werkruimte. Niet te duur maar wel inspirerend. En op fietsafstand van huis. 

Eerst dacht ik aan een atelier in zo’n gezellig creatief verzamelpand als De Puddingfabriek of Het Paleis in Groningen. Maar goed, dan had ik een huis, een tuinhuis op de Piccardthof én een kantoor moeten betalen en onderhouden. Dat vond ik teveel van het goede. Bovendien, eigenlijk werkte ik het liefst in mijn tuinhuisje. Daar had ik immers ook mijn eerste boek Bermspinsels bedacht en geschreven. Maar ja, wel in de zomer. ’s Winters was er niet te wezen in dat houten hutje! Toen viel het kwartje: als ik nou eens op zoek ga naar een tuinhuis waar wél 365 dagen per jaar te werken is…

Zo kwam ik uit op een huisje op Tuin- en Recreatie Vereniging Stadspark. Een kantoor met veranda. Waar nul personeelsleden rondlopen, maar wel drie goudvissen rondzwemmen. Waar het uitzicht vanachter mijn bureau geen systeemwand of plastic ficus is, maar een uitgestrekte tuin. Met echte bloemen, vlinders, kikkers en vogels enzo.

Bij en in de twee vijvertjes zitten naast bruine ook groene kikkers!

De vijf vlinderstruiken in mijn tuin doen hun naam eer aan.

                                 Ik kan hier het hele jaar door werken. Door de stenen wanden en het dubbele glas is het huisje heel wat beter geisoleerd dan mijn voormalige vurenhouten stulp. Omdat ik hier stroom heb, kan  ’s winters een straalkachel zijn 2000 watt aan hitte door het huis laten blazen. En ik kan mijn laptop inpluggen, ook handig.

Mijn bureau annex vergadertafel staat voor het raam zodat ik de tuin en zijn bewoners goed in de gaten kan houden.

Een net kantoor heeft natuurlijk een kitchenette. Piet Hein Eek, eat your heart out!

                                 Hier kan ik in alle rust werken aan teksten. Hier kan ik me urenlang concentreren op reclameopdrachten als folders, brochures of een internetsite. Maar hier schreef ik ook mijn tweede boek Spaak. En ben ik ook al begonnen aan mijn derde boek. In de mooi-weer-seizoenen functioneert mijn kantoor eveneens als recreatiewoning voor het hele gezin. Een heerlijke plek om een weekendje te slapen, met zijn twee slaapkamers en grasmatje om te voetballen, badmintonnen of te luieren.

Links van de servieskast zijn de deuren naar beide slaapkamers.

Deze lavendelbloemetjes hangen inmiddels gedroogd in de badkamer...

                                      Allemaal leuk en aardig natuurlijk; maar door de week wordt hier dus gewoon hard gewerkt. Hoewel dat soms ook in de tuin is… Want hoewel de inspiratie hier voortdurend als vanzelf opborrelt, is er soms ook de afleiding van het in de zon liggen, grasmaaien of wat in een perkje pielen. Kortom, ook in het kantoor van mijn dromen ben ik alleen productief als mijn zelfdiscipline naar behoren functioneert ;-).

Als er een deadline heel dicht nadert, wordt er gewoon overgewerkt op kantoor Stadspark!

 In de categorie ‘Columns’ op deze blogsite, kun je meer lezen over het reilen en zeilen rond mijn tuinhuis. Deze tekstjes verschijnen regelmatig in het verenigingsblad en op de website van TRV Stadspark.

Winterblues

Sinds ik tuinhuisbezitter ben, kijk ik anders tegen de winter aan. Vroeger vond ik het wel een fijn seizoen. Het is de periode van naar binnen keren, na een zomer vol externe prikkels als terrasjes, Hoornse Plas, tuinfeesten en vakantie in het buitenland. Het seizoen van uitrusten en opladen. Beetje voor de haard hangen, relaxed met een boek op de bank en soms gewoon lekker vervelen. Hoewel ik weet dat ik het leven moet nemen zoals het komt, dat ik niet te ver vooruit moet kijken, lukt het me in de winter met steeds meer moeite en tegenzin. Op 1 januari, wanneer ik de kerstballen in de dozen stop, schreeuwt alles in me om het voorjaar!

Nou moet ik toegeven dat deze winter wel wat heeft. Het is tenminste winter. De afgelopen jaren was het een geruisloze verlenging van de herfst. Dan vierden we oud en nieuw in de motregen, met 12 graden boven nul op de thermometer. Dit jaar hadden we een witte kerst, haalde ik de slee weer eens uit de kelder en hield ik sneeuwbalgevechten met mijn kinderen. Ook mijn tuin in het Stadspark zag er prachtig wit uit. Ik stookte de houtkachel op en genoot van de mezen, boomklevers en spechten op de vetbollen. En van de houtsnip die regelmatig het slootje langs mijn tuin bezocht. Maar na twee maanden kou ben ik er echt wel klaar mee. Niet eens omdat de winter me zo tegenstaat, maar omdat het voorjaar zo fantastisch is in de tuin! Ik wil mijn pasgemaaide gras weer ruiken. De sensatie beleven van die lichtgroene waas in de bomen en struiken. De voorjaarszon op mijn gezicht voelen. De jonge koolmeesjes horen piepen in het nestkastje. En de eerste bloemen van de Blauwe Regen begroeten.

Het mooie van een tuinhuis is dat ik de seizoenen weer zo intens beleef. In de stad verandert er niet zoveel. Met al die stenen van stoepen, straten en gebouwen gebeurt door het jaar heen helemaal niks. Hoe anders is dat in de tuin. Die verandert voortdurend van kleur en geur. Mijn geduld is ook deze winter weer flink op de proef gesteld. Maar er gloort hoop. Onder de spar aan de rand van het gazon is een groen eilandje ontstaan in de witte sneeuw. De knoppen in de rododendrons zijn flink gegroeid zag ik laatst. Kom maar op met die krokussen en sneeuwklokjes; ik ben er klaar voor!

Weer thuis

Ik heb tijdens mijn vakantie het tuinhuis eigenlijk meer gemist dan mijn woonhuis in de stad. Dat komt waarschijnlijk omdat mijn stadshuis automatisch verbonden is met veel dingen die moeten. De was, rekeningen betalen, op tijd op, stofzuigen, noem maar op. In het tuinhuis hoeft niks. Het tuinhuis is niet die drukke duiventil waar schoolgaande kinderen en werkende ouders in en uit vliegen. Het is die plek waar ik rustig wat kan rondscharrelen, niet gehinderd door agenda en ‘to-do-list’.

Net een dag terug van een Grieks eiland, zwaai ik de houten tuindeur open. Ik word opnieuw besprongen door vakantiegevoel. Altijd beschikbaar vakantiegevoel, niet te vergelijken met die kortstondige, oppervlakkige vakantieliefde van Corfu. Overal is te zien dat ik bijna drie weken niet ‘op de tuin’ ben geweest. Het gras is hoog, op sommige plekken nog veel hoger. Ik heb meerdere grassoorten op mijn gazon, dat is wel duidelijk. Ook klaver en paardensla hebben hun plek op mijn grasmat veroverd. In de borders staat het onkruid tot mijn knieën. Hoewel, onkruid; ik zie leuke roze bloemetjes en addertong met mooie lila toortsen. En ook het geel van een paardenbloem is eigenlijk prachtig. De vlinderstruiken zijn halverwege de bloei. De uitgebloeide, roestbruine bloemkegels contrasteren met de witte en paarse bloemen die net uit zijn. De bloemetjes van de oleander plakken slap en verregend aan de terrastegels. Half augustus, we zijn in de voor-herfst beland.

Als ik de glazen pui openschuif, ruik ik het huis. Een snufje vochtig, rottend vloerplankhout, een vleugje riool uit de badkamer, een mespuntje wierrook en het merendeel ondefinieerbaar maar geheel eigen tuinhuislucht. Ik loop door naar de slaapkamers om de ramen open te zetten. Even doortochten. Het stikt in huis van de Grote Trilspinnen, in alle formaten. Onder hun webben – tussen stoelpoten, tussen muur en radiator of in een hoekje van de slaapkamer –liggen tientallen leeggezogen pissebedden. Na het grasmaaien maar even met de bezem in de weer, die ik tevens als ragebol zal gebruiken. En dan maar eens onkruid wieden en de blauwe regen en clematis terugsnoeien. De uitlopers in de coniferenhaag afknippen. Heerlijk, de vakantie is gelukkig voorbij!

Mijn nieuwe werkplek

Hoewel ik nieuw ben op TRV Stadspark, mag ik mij toch een ervaren volkstuinder noemen. De afgelopen vijf jaar kluste ik me het eelt op de handen en tuinierde ik me het zwart onder de nagels. Ik had namelijk een tuinhuisje bij de buren, op de Piccardthof. Daar ontdekte ik de louterende werking van een tuin op tien minuten fietsen van mijn stadshuis. Maar ja, een mens moet verder, alles verandert. Zo ook mijn beroepsmatige leven. Van reclamebureaubezitter werd ik freelance schrijver. En schrijven vanuit huis met een eveneens thuiswerkende vriendin en onze twee kleine kinderen, dat werkte niet. Dus ging ik al vrij snel op zoek naar een eigen schrijfplek.

Nou werkte ik ook al in mijn vorige tuinhuisje. Sterker nog, ik bedacht en schreef er mijn eerste boek Bermspinsels. En hoewel ik mijn tweede boek – een autobiografische roman die hopelijk binnenkort uitkomt – thuis inklopte, haalde ik de inspiratie grotendeels van de Piccardthof. De (werk)titel luidt niet voor niets Verhalen uit het tuinhuis. Toch voldeed het oude stulpje niet als werkplek. Het was namelijk van hout en had geen stroom. Door al dat hout was ik meer aan het klussen dan aan het schrijven. Hout op zompige veengrond is een slechte combinatie. En door het gebrek aan elektriciteit deed ik alles dubbel. Op de tuin schreef ik met pen op papier, thuis typte ik alles nog eens dunnetjes over.

Nu zit ik een paar honderd meter verderop. Aan de andere kant van de A7, die ik ook hier zachtjes hoor ruisen. In mijn onderhoudsarme, stenen bungalow heb ik een halfuurtje geleden de stekker van mijn laptop in het stopcontact gestopt. Ik werk aan de eettafel van de vorige eigenaar. Over mijn scherm kijk ik uit over mijn nieuwe tuin, waar net een gaai op het gazon is geland. Als ik naar links kijk, zie ik een van de drie goudvissen zachtjes het wateroppervlak kussen van het kleine vijvertje. De dotters aan de waterrand bloeien hardgeel. Hoewel het hier geweldig voelt, moet ik nog even wennen. Het huis en de tuin leren kennen. Vrienden worden met elkaar. Dit huis heeft een ander gezicht en een andere geur dan mijn vertrouwde maatje iets verderop. Het komt vast goed. Zeker als straks de gesprongen waterleiding in het keukenkastje gerepareerd is. Zodat ik de stortbak niet meer met gieters water uit de regenton hoef te vullen. Maar het belangrijkste is: het werkt, ik schrijf!

Pagina 2 van 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén