Concept & copy, schrijver

Tag: Schilderswijk Pagina 2 van 3

De Herman Colleniusbrug

brugWanneer ik via de Herman Colleniusbrug de Schildersbuurt verlaat, wordt het gevaarlijk. Bijvoorbeeld voor mijn portemonnee. Op het parkeerterrein van de supermarkt direct na de brug is mijn parkeervergunning niet meer geldig. Die gele supermarkt – waar sommige mensen voortdurend bij de kassarijen loeren op een gratis kar boodschappen – staat in de Oranjewijk. En regels zijn regels. Op kruipafstand van mijn Schilderswijk, winkelend tussen buurtgenoten, liep ik al twee keer tegen een parkeerboete op.

Maar goed, hier valt mee te leven. Met iets anders heb ik veel meer moeite. Nadat ik het Reitdiep oversteek via deze brug, loopt namelijk ook mijn gezondheid direct gevaar. Dan ben ik beland op een van de meest onoverzichtelijke kruispunten van Groningen. Fietsen, auto’s, brommers en voetgangers komen van alle kanten. Vanuit het niets lijkt het soms wel. En al die weggebruikers hebben diezelfde vragende blik in hun ogen: wie heeft er hier in godsnaam voorrang? Voor mezelf vind ik het nog niet zo erg. Maar voor al die schoolkinderen, waaronder die van mezelf, des te meer! Never a dull moment op de Herman Colleniusbrug. Het levert soms spectaculaire beelden op. Zo zag ik vorig jaar nog een fietsende vrouw met een gestrekte salto over de motorkap van een auto vliegen. Die keer dat een vader onder een stadsbus zijn aangereden zoontje probeerde te kalmeren, was minder. Dat jongetje kwam ik enkele maanden later nog tegen in het Noorderplantsoen. In een rolstoel.

Natuurlijk kan de Herman Colleniusbrug hier allemaal niets aan doen. Het is gewoon een nette brug. Prachtig gelegen, naast de watertoren. En voorzien van een monumentaal brugwachtershokje. Een ontwerp uit het begin van de vorige eeuw, met veel glas en een mooi gewelfd dakje. Als de brug open staat, recht omhoog, is het net een abstract schilderij met z’n verticale banen van leuningen, stoepen en wegdek in grijs- en zwarttinten. En daarvoor dan die contrasterende horizontale lijn van de slagboom, wit-rood gestreept. Schitterend. Ze hadden hem wel de Mondriaanbrug mogen noemen van mij.

Op één dag in het jaar staat de brug urenlang open. Het is dan net of hij defect is en de hele buurt wacht op het busje met de monteurs. Langs het Reitdiep staat het dan zwart van de mensen, zelfs op de woonboten. Allemaal turen ze dan hoopvol naar de brug, alsof ze hem weer naar beneden willen kijken met z’n allen. Om weer boodschappen te kunnen doen. Of naar school te gaan, want het stikt op die dag ook van de kinderen langs de kade. Ik heb het natuurlijk over 5 december. Want als de boot van Sinterklaas de Herman Colleniusbrug passeert, is hij officieel aangekomen in Stad. De eerste enthousiaste gilletjes en liedjes die de goedheiligman verwelkomen in Groningen, zijn die van de Schildersbuurtkindertjes. Ik heb er vaak gestaan met mijn kroost. Op de boot van Jan, die ik ken uit mijn stamkroeg. We vingen vochtige pepernoten van Waterpieten uit kano’s. Vergaapten ons aan de capriolen van de Turnpieten aan dek van een begeleidende boot. We zwaaiden naar de Sint. En naar het hoofd van de Vereniging Volksvermaken, die vroeger bij ons in de straat woonde. De Herman Colleniusbrug. Passeer hem en er gebeurt iets.

Deze column verscheen in de Wijkkrant Schilderswijk Groningen, in oktober 2014.

De oorlog

kogelgatVandaag is het 6 mei. De periode waarin oubollige oorlogsfilms de tv-programmering bepalen, is voorbij. Gisteren stond ik nog met mijn jongste zoon de vrijheid te vieren in het Stadspark. Met bier, cola en rock-’n-roll. De dag ervoor waren we met het hele gezin twee minuten stil, de kinderen inmiddels zonder de slappe lach te krijgen. Bij dodenherdenking denk ik altijd weer terug aan mijn jeugd. Dan zat ik op de bank met twee mensen die de oorlog overleefd hadden. Dat voelde toch anders. Emoties hingen voelbaar in de woonkamer. Op die avond hadden mijn ouders het ineens niet meer over Duitsers maar over rotmoffen. Tussen hun 7e en 12e jaar leefden ze onder Duits bewind. De slogan die tegenwoordig voor 5 mei geldt – vrijheid geef je door – werkt ook de andere kant op: oorlog geef je door. Mijn generatie, kinderen van oorlogskinderen, heeft nog altijd een stevige Duitserhaat. Hij is gebaseerd op de trauma’s van onze ouders en zal ook deze zomer tijdens het WK Voetbal weer massaal opspelen. Wat je al niet aan elkaar doorgeeft als je niet uitkijkt.

Het viel me op dat er de afgelopen dagen flink wat vlaggen wapperden in de Schildersbuurt. Ook het exemplaar aan de watertoren herinnerde de buurtbewoners aan de zwaarbevochten vrijheid. De Tweede Wereldoorlog is niet onopgemerkt voorbij gegaan aan onze wijk. In de gevel van mijn huis aan de Wassenberghstraat zitten twee zichtbare sporen. Stervormige gaten in de rode baksteen, met in het midden de ronde kogelinslag. Verderop in de straat zijn zelfs nog kogelgaten in de blankhouten voordeuren te vinden. Wanneer je goed kijkt, zie je kleine vierkante stukjes hout die in 1945 vakkundig zijn ingebracht. Zo’n doorzeefde deur stond natuurlijk wat slordig. Het zorgde bovendien voor een lelijke valse trek in huis. De meeste kogels die hier door de straat floten, kwamen uit geweren van Duitsers die vuurden vanuit de watertoren en het Noorderplantsoen. En uit de geweren van Canadezen, die terugschoten. Gelukkig maar, anders hadden mijn zoon en ik gistermiddag in het park wellicht niet staan kijken naar dat geweldige, talentvolle bandje uit Groningen: The Blind Roofers. Houd ze in de gaten.

Binnenkort is er niet alleen op 4 en 5 mei aandacht voor de oorlog in onze wijk. Het hele jaar door zijn dan de Stolpersteine van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig te zien. In het Nederlands: struikelstenen. Betonnen klinkers met een messing plaatje erop van 10 bij 10 centimeter. Ze komen te liggen voor de huizen waaruit ooit Joodse gezinnen werden gehaald. In het najaar van 1942 zijn 191 Joodse wijkgenoten opgepakt en vermoord in Duitse vernietigingskampen. Op zo’n struikelsteen staat de naam, geboortedatum, deportatie- en sterfdatum van de voormalige bewoner. Een eerbetoon waarvoor je even stil moet staan. En het hoofd moet buigen. Weer zo’n mooi initiatief van een groepje betrokken buurtbewoners. De eerste Stolpersteine van onze wijk – in meer dan 600 Europese steden liggen inmiddels ruim 40.000 exemplaren – komen in ‘mijn’ straat te liggen. Ze worden geloof ik eigenhandig geplaatst door Gunter Demnig zelf. De bedenker van een prachtig idee en een dito achterliggende gedachte: ‘een mens is pas vergeten, wanneer ook zijn naam is vergeten’. Je kunt maar beter namen doorgeven dan trauma’s.

Deze column verscheen eerder in de wijkkrant van de Groninger Schildersbuurt, in juni 2014.

De Kraneweg

fotoDe Kraneweg is de slagader van de Groningse Schildersbuurt. Kaarsrecht verdeelt hij de wijk in een noord- en zuidkant. Waar ’s nachts de stille straatjes van onze wijk dorps aandoen, is de Kraneweg grootstedelijk. Taxi’s en nachtbussen rijden dan af en aan. Zingende studenten slingeren in groepjes richting hun studentenhuizen. Hun jaar- of huislied wordt af en toe overstemd door een luide sirene. Voor de hulpdiensten is de Kraneweg de snelste verbinding naar het westen van de stad. Ook het gemeentebestuur beschouwt hem als transportader. Recente investeringen betroffen stil asfalt en zuinige straatverlichting.

De Kraneweg is altijd al een belangrijke route naar de stad geweest. Op een kaart uit 1565 staat hij al getekend. Over het toenmalige zandpad dreven boeren hun vee richting de markt in de stad. Begin vorige eeuw reed er een tram. Later trolleybussen. Maar zou de Kraneweg niet meer kunnen zijn dan hij nu is? Een lust voor de ogen van bezoekers en bewoners bijvoorbeeld? Een feest voor voetgangers en winkeliers? Als een Franse boulevard?

 Martin Bril schreef ooit een column over de Kraneweg. In de Volkskrant, op 29 mei 2002. Hij was er lang niet geweest. Twintig jaar daarvoor liep hij er vaak. Hij studeerde aan het instituut op nummer 48. Zijn beeld van de straat klopte niet meer met de werkelijkheid van 2002. De Kraneweg was helemaal niet zo statig als hij dacht. En ook niet zo ver van het centrum. Maar de panden en afstanden waren niet veranderd. Hij wel. De Kraneweg was niet meer de hoofdader van zijn leven. Hij had zich gevoegd bij alle andere straten van de wereld. Dat vond hij een opluchting. Hij is inmiddels overleden. Net als Pim Fortuyn, die hij wel eens tegenkwam op zijn instituut. Ach Martin.

Op de Kraneweg zijn nog enkele bedrijven gevestigd. Hier ontmoeten twee totaal verschillende werelden elkaar. Die van de geest en die van de maag. In de chique panden huizen psychologen, haptonomen, therapeuten, yogastudio’s en zelfs een zenuwarts. Ze doen goede zaken in deze razende wereld die steeds minder goed is te volgen voor ons hoofd. Tussen de praktijken door zijn er louter adressen voor een snelle hap. Een belegd broodje, patatje, afhaalpizza, zakje krentenbollen of een bak bami. Ook onmisbaar in deze wereld, waarin tijd voor eten steeds schaarser wordt.

De Kraneweg. Er is de laatste weken iets veranderd. De heftige stormen van dit najaar trokken hun sporen. De straat wordt omzoomd door boomstronken. Een geluk bij een ongeluk, want de bomen die er stonden waren boompjes. Klein, iel en veelal ongezond. De buurt ruikt kansen. Mooie, hoge bomen zouden een enorme stap zijn richting die statige, Frans aandoende boulevard. Er zullen nieuwe bomen moeten komen. Stel je eens voor; platanen van tien meter en hoger! Ik zou het prachtig vinden. En Martin waarschijnlijk ook. Hij was dol op Frankrijk.

Deze column verscheen in januari 2014 in de wijkkrant van de Groningse Schildersbuurt.

Studentenbuurt

!cid_05BF1111-72A7-4505-8B42-74851AE17F6CEen bejaarde vrouw in een grijze regenjas slalomt over het trottoir. Behoedzaam stuurt ze haar rollator langs de fietsen die her en der op de stoep staan en liggen. Aan de zes knalrood geverfde exemplaren voor de deur van nummer 6A is te zien dat Sanne haar jaarclub op bezoek heeft.

Vier huizen verderop twijfelt een jonge moeder. Zal ze nu al aanbellen en klagen over de harde muziek die uit het openstaande raam van de buren dendert? Haar jongste is toch echt toe aan zijn middagslaapje. Toen ze gistermiddag  voor de deur van het studentenhuis stond, werd ze uiterst beleefd te woord gestaan door een knappe jongeman in een badjas. De muziek stond binnen een minuut zacht.

Twee jongens steken de straat over met een kratje bier tussen hen in. Daar bovenop liggen twee zakken chips. Paprika en Bolognese. De kleinste van de twee loopt op slippers. Vanavond hebben ze huisoverleg. ‘Vuilniszakkenbeleid in verband met rattenoverlast’ is een vast puntje op de agenda.

Op het pleintje aan het eind van de straat zitten vier meisjes in de namiddagzon. Hun colleges hebben ze vandaag overgeslagen. Gekleed in joggingbroeken hangen ze in een oude bank die tegen de gevel staat. Ze evalueren de afgelopen nacht. Een kop thee staat op een vermolmde vensterbank. Een van de meisjes maakt een afspraak met de buurvrouw dat ze vrijdagavond wel op haar twee zoontjes kan passen. Toch weer mooi 25 euro.

Bij de buurtsuper is Roos in tranen wanneer ze de eigenaar met hese stem vertelt dat Bart-Jan het gisteravond heeft uitgemaakt. Zomaar, vanuit het niets, op de Kroeg.
‘Komt wel weer goed,’ zegt de superman met zijn stevige arm om haar schouder. Met twee flessen rosé – waarvan ze er maar eentje hoefde af te rekenen – vertrekt ze. Het verdriet gaat ze wegspoelen met haar huisgenootjes.

Op dertig meter van het winkeltje wordt Mathijs wakker met barstende koppijn. Zijn lijf doet overal zeer. Waar was hij vannacht allemaal geweest? Hoe en met wie was hij thuisgekomen? Hoe komt hij aan die blauwe plek op zijn ellenboog? Op de straat onder hem inspecteert een man zijn auto. Een deuk in de motorkap. En die van de overbuurman heeft er eentje in het dak.

Ontbijtend met een biertje bedenkt de student even later dat hij straks nog een afspraak heeft. Hij zou die man van hiernaast helpen met het installeren van zijn computer. Hij laat zijn bonkende hoofd in zijn handen zakken en staart naar buiten. Een bejaarde vrouw schuifelt achter haar rollator voor het raam langs. Haar grijze regenjas vangt de eerste druppels regen van de dag op.

Deze column verscheen in de wijkkrant van de Groninger Schildersbuurt, in april 2013

Pagina 2 van 3

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén