Pierre Carrière

Concept & copy, schrijver

Tag: rouwverwerking Page 1 of 2

Spaak nu gratis te downloaden!

Afbeelding 199 In mei 2008 kwam mijn boek Spaak uit. Een autobiografische roman over de burn-out die mij trof in 2003. In Spaak kijk ik vijf jaar later terug op die periode, vanuit mijn tuinhuisje aan de rand van de stad. Ik lees daar in het dagboek dat ik eind 2003 en begin 2004 bijhield. Aantekeningen uit de donkerste periode in mijn leven, waarin langzaam het licht weer ging schijnen. Als lezer krijg je inzicht in de oorzaken van mijn burn-out, maak je mee wat voor consequenties deze aandoening had voor mijn dagelijkse leven en lees je hoe ik langzaam overeind krabbel. Spaak is dus geen saai zelfhulpboek zoals de meeste boeken over burn-out. Er komen bovendien universele thema’s aan bod, zoals rouwverwerking, angst, loslaten, acceptatie, de omgang met de pijn van het leven, het verkrijgen van zelfinzicht en persoonlijke groei. De vorm en de inhoud van Spaak maken het boek ook heel interessant voor mensen die geen burn-out hebben (gehad). Ik wissel de dagboekverhalen trouwens af met luchtige stukjes over het reilen en zeilen rond mijn tuinhuisje, vijf jaar later, gezond en wel. Daardoor wordt Spaak ondanks het pittige thema nooit een loodzwaar boek.

Spaak heeft veel media-aandacht gehad in de landelijke pers. Hoogtepunten: een paginagroot interview met Toine Heijmans in de Volkskrant, een twee uur durend radio-interview met Leon Verdonschot in het programma Oeverloos en een optreden bij Sipke Jan Bousema in de televisietalkshow ‘Vijf op Twee’ van de NTR. Het zorgde ervoor dat de eerste druk binnen vier maanden was uitverkocht. Inmiddels is ook de tweede druk op. De afgelopen maanden heb ik nagedacht wat ik wilde met Spaak. Een derde druk of iets heel anders? Ik heb besloten tot het laatste. Vanaf nu is Spaak voor iedereen gratis te lezen. Belangrijkste reden voor deze keuze: de vele positieve, persoonlijke en soms ontroerende reacties die ik heb gehad op het boek. De openheid in Spaak werd beantwoord met openheid door de lezers. In veel reacties bleek dat mensen geraakt werden door mijn verhaal en dat ze er bovendien wat aan hadden in hun eigen leven. Wat mij betreft het mooiste effect dat een boek kan hebben. Ik wens je alvast veel leesplezier en hoop dat ook jij – of iemand in je omgeving – wat hebt aan mijn levenslessen uit mijn burn-out!

Voor de e-pub klik je hier, de pdf vind je hier. Veel leesplezier!

Recensie Spaak

“Het is een vat vol emoties op een prettig presenteerblaadje. En daarom voor iedereen een aanrader.” Zo luidt de conclusie van deze mooie recensie van mijn boek Spaak. Het stond in december 2013 in het blad van burn-outkliniek U-Center.

U-SUPPORTER art pag 2 150dpi

Spaak: fragment 4

Tot de lancering van mijn boek Spaak op 21 mei, zal ik elke week een fragment plaatsen op deze plek. De eerste twee stukken waren uit Hoofdsuk 1 en gingen over het dementeren van mijn moeder. Het derde stuk was wat vrolijker. In de hoofdrol mijn twee zoontjes en mijn tuinhuisje, van waaruit Spaak geschreven is. Deze week een passage uit een van de elf ‘dagboekhoofdstukken’. Hierin lees ik in mijn tuinhuis in de dagboeken die ik vijf jaar eerder bijhield in mijn burn-out. In dit fragment zat ik ongeveer een maand ‘burned-out’ thuis. De cursieve teksten zijn letterlijke citaten uit mijn dagboek uit 2003.

Op maandag 27 oktober is het tijd voor spoedoverleg met Linda. Na een ‘depressie’ van enkele dagen moet er iets gebeuren. Ik besluit de huisarts te bellen. Ik krijg hem te pakken en om twintig minuten over twaalf ben ik aan de beurt. In het spoedspreekuur.

Bij de huisarts waren er drie wachtenden voor mij: stress, paniek! Ik voelde me heel slecht. Het feit dat ik in veilige haven was, kalmeerde me uiteindelijk. Ik bekeek een blaadje, maar las niets. Ik staarde en bladerde om niet al te zonderling over te komen bij mijn medewachtenden. En om rustig te blijven. Eenmaal aan de beurt, brak ik. Dwars doormidden zeg maar. Huilend, hortend en stotend vertelde ik mijn relaas. Over de paniek en de depressieve shit van de afgelopen dagen. Over de oorzaken: pa, ma, het werk, de kinderen, zelfs mijn gescheurde kniebanden. Ze kwamen allemaal voorbij. Het praten ging lastig vanwege het ongecontroleerde huilen. Ik kan het gewoon niet goed, dat huilen. Ook nu leek het of ik het voor de eerste keer deed. Geen enkel spoor van ervaring, routine of techniek. Mijn huisarts bleef uiterst rustig.

‘Je bent af en toe je perspectief kwijt,’ zei hij met zijn kalme bromstem. ‘Maar we gaan er wat aan doen, we gaan aan de oplossing werken,’ vervolgde hij met een piepklein en geruststellend glimlachje. ‘Je krijgt medicijnen voor als de paniekaanvallen te erg worden, als het teveel raast in je hoofd. En het lijkt me goed als je eens met een psycholoog gaat praten.’ Ik kreeg de briefjes mee voor beide zaken en vertrok met een betraand gezicht. De wachtkamer was leeg.

Thuis vertel ik, wederom huilend, mijn verhaal aan Linda. Ik voel me opgelucht, we gaan aan een oplossing werken! Het ‘kwijt zijn van perspectief’ houdt me nog een tijdje bezig:

Raar hoor. Ik heb een wereldvrouw. Twee bloedjes van gezonde kinderen. Een florerend eigen bedrijf in een vak dat ik hartstikke leuk vind. Geen financiële zorgen. Twee superbroers. Een berg goede vrienden, met voor elke situatie wel een uiterst geschikte vriend. Toch, in mijn slechte momenten helpt het niet om eraan te denken. Dan sta ik er helemaal alleen voor. Ik voel nu in al mijn vezels de waarheid van het cliché ‘je komt alleen op de wereld en je gaat er alleen weer af’.

Het verwerken van verdriet is een veel terugkerend onderwerp in mijn dagboek. Mijn ouders hebben mij niet leren rouwen. Mijn vader wilde nooit met mij praten over zijn ziekte. Wanneer ik eens een poging ondernam, reageerde hij geïrriteerd en veranderde resoluut van onderwerp. Een paar jaar later wilde mijn moeder haar kinderen niet belasten met haar verdriet rond de dood van mijn vader. Zoals ik er nu naar kijk, is dat verkeerd geweest. Voor haar en voor ons. Ik had op jonge leeftijd kunnen ervaren hoe heftig het leven kan zijn. Toen mijn opa in januari 1985 overleed – na twee weken coma als gevolg van een hersenbloeding op tweede kerstdag – hoefden mijn broer en ik van mijn moeder niet mee naar de begrafenis. We waren immers nog maar kinderen, het zou te confronterend voor ons zijn. Mijn broer was 20, ik was 18.

Spaak: fragment 2

Tot de lancering van mijn boek Spaak op 21 mei, zal ik elke week een fragment plaatsen op deze plek. Vorige week selecteerde ik een stukje uit hoofdstuk 1.  Het ging over het dementeren van mijn moeder, een belangrijke oorzaak van mijn burn-out. Dit fragment is het vervolg daarop. Ik beloof volgende week een wat luchtiger, vrolijker stuk te plaatsen. Want dat zit ook in Spaak. Echt! Sorry trouwens voor de treurige opmaak in WordPress; harde returns zorgen direct voor een witregel. Met liggende streepjes heb ik het einde van een alinea aangegeven, je moet wat.

‘Komen jullie mijn moeder ophalen?’ vroeg ik door de telefoon.

‘Nee, het is beter dat u haar zelf brengt,’ antwoordde de vrouw van het verpleeghuis

Ik was even stil, probeerde mij de situatie voor te stellen. Ik zag me al met veel geweld een krijsende en tegenstribbelende moeder in mijn auto proppen.

‘Hoe ziet u dat voor zich? Wat moet ik haar vertellen?’

‘Meestal adviseren we om een smoes te verzinnen.’

‘Mam, we gaan even een stukje rijden,’ vertelde ik enkele dagen later.

‘O wat gezellig, wat een verrassing dat jullie er zijn,’ antwoordde mijn moeder blij.

Zo te zien had ze een goede dag. Op die dagen had ik het idee dat ze nog jaren zelfstandig zou kunnen functioneren in haar eigen huis. Maar dat kon snel veranderen. Binnen een halfuur kon de goede dag overgaan in een slechte. Terwijl ik met haar in de keuken een kopje thee zette met de splinternieuwe en veilige waterkoker, was mijn broer druk bezig in haar slaapkamer. Op verzoek van het verpleeghuis vulde hij een koffer met kleren, toiletspullen en een pyjama.

‘Waar gaan we heen?’ vroeg moeder toen we naar de auto liepen. Haar blije blik van zoëven was veranderd in een argwanende. Haar donkerbruine ogen stonden op streng, haar voorhoofd was gefronst. Ze voelde aan dat er iets niet klopte. Mijn broer en ik straalden wellicht via onze lichaamshouding en oogopslag iets uit wat op onraad duidde.

‘We gaan eens kijken bij een leuk appartement. Daar hebben we het wel vaker met je over gehad,’ probeerde ik.

‘Ik wil hier niet weg, dat weet je toch?’

‘Ja, maar je hoeft er ook niet te gaan wonen, we gaan gewoon even kijken.’

Onderweg naar het verpleeghuis, een ritje van een half uur, kwam ze nog regelmatig terug op het doel van onze reis. Maar op andere momenten was ze het weer helemaal kwijt en leefde ze in het moment. Dan was ze eventjes gelukkig, samen met haar twee zoons onderweg in een auto. Wat wil je nog meer als weduwe?

Het verpleeghuis viel niet in de smaak. Al na een minuut of tien gaf mijn moeder aan dat ze het niks vond. Ongezellig en zelfs een beetje eng. ‘Unheimisch’ noemde ze dergelijke situaties vroeger. Maar dat woord was ze al jaren kwijt.

‘Zullen we gaan jongens?’ vroeg ze op een toon die beslist moest overkomen. Zodat het niet een vraag was maar een mededeling. En toen begon de ellende pas echt. Met behulp van een verpleegster maakten we haar duidelijk dat ze hier zou blijven, dat wij weggingen.

‘Laat me hier niet achter! Neem me mee, ik ben niet gek!’ schreeuwde ze.

Ze begon tegen te stribbelen toen de verpleegster haar liefdevol bij de arm nam.

‘Jongens, toe nou, doe niet zo raar!’ riep ze met pupillen zo groot als knikkers van angst.

Uiteindelijk bleef ze schreeuwend, huilend en razend achter in de houdgreep van de verpleegster, die inmiddels hulp had gekregen van een verpleger. Wat ze allemaal riep weet ik niet meer. Alleen de blik in haar ogen bezorgt me nu nog rillingen. Laf wuivend piepten mijn broer en ik ertussenuit. Eenmaal buiten liepen we zwijgend naar de auto. Daar huilden we met onze handen op het autodak, en ons hoofd naar beneden, de ogen uit onze kop. Wat hadden we onze moeder verraden. Wat hadden we haar een loer gedraaid.

Page 1 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén