Pierre Carrière

Concept & copy, schrijver

Tag: column Page 2 of 4

Studentenbuurt

!cid_05BF1111-72A7-4505-8B42-74851AE17F6CEen bejaarde vrouw in een grijze regenjas slalomt over het trottoir. Behoedzaam stuurt ze haar rollator langs de fietsen die her en der op de stoep staan en liggen. Aan de zes knalrood geverfde exemplaren voor de deur van nummer 6A is te zien dat Sanne haar jaarclub op bezoek heeft.

Vier huizen verderop twijfelt een jonge moeder. Zal ze nu al aanbellen en klagen over de harde muziek die uit het openstaande raam van de buren dendert? Haar jongste is toch echt toe aan zijn middagslaapje. Toen ze gistermiddag  voor de deur van het studentenhuis stond, werd ze uiterst beleefd te woord gestaan door een knappe jongeman in een badjas. De muziek stond binnen een minuut zacht.

Twee jongens steken de straat over met een kratje bier tussen hen in. Daar bovenop liggen twee zakken chips. Paprika en Bolognese. De kleinste van de twee loopt op slippers. Vanavond hebben ze huisoverleg. ‘Vuilniszakkenbeleid in verband met rattenoverlast’ is een vast puntje op de agenda.

Op het pleintje aan het eind van de straat zitten vier meisjes in de namiddagzon. Hun colleges hebben ze vandaag overgeslagen. Gekleed in joggingbroeken hangen ze in een oude bank die tegen de gevel staat. Ze evalueren de afgelopen nacht. Een kop thee staat op een vermolmde vensterbank. Een van de meisjes maakt een afspraak met de buurvrouw dat ze vrijdagavond wel op haar twee zoontjes kan passen. Toch weer mooi 25 euro.

Bij de buurtsuper is Roos in tranen wanneer ze de eigenaar met hese stem vertelt dat Bart-Jan het gisteravond heeft uitgemaakt. Zomaar, vanuit het niets, op de Kroeg.
‘Komt wel weer goed,’ zegt de superman met zijn stevige arm om haar schouder. Met twee flessen rosé – waarvan ze er maar eentje hoefde af te rekenen – vertrekt ze. Het verdriet gaat ze wegspoelen met haar huisgenootjes.

Op dertig meter van het winkeltje wordt Mathijs wakker met barstende koppijn. Zijn lijf doet overal zeer. Waar was hij vannacht allemaal geweest? Hoe en met wie was hij thuisgekomen? Hoe komt hij aan die blauwe plek op zijn ellenboog? Op de straat onder hem inspecteert een man zijn auto. Een deuk in de motorkap. En die van de overbuurman heeft er eentje in het dak.

Ontbijtend met een biertje bedenkt de student even later dat hij straks nog een afspraak heeft. Hij zou die man van hiernaast helpen met het installeren van zijn computer. Hij laat zijn bonkende hoofd in zijn handen zakken en staart naar buiten. Een bejaarde vrouw schuifelt achter haar rollator voor het raam langs. Haar grijze regenjas vangt de eerste druppels regen van de dag op.

Deze column verscheen in de wijkkrant van de Groninger Schildersbuurt, in april 2013

De Ram

fotoJe moet goed kijken want je ziet hem zo over het hoofd.  Je moet sowieso heel goed zoeken naar kunst in de Groningse Schildersbuurt. Maar goed, op het Taco Mesdagplein staat dan één van die schaarse kunstwerken. Een beeldje, nog geen meter hoog. Midden op het gras, pas op voor de hondenpoep. Het is de gestileerde kop van een ram. Gemaakt van brons en geplaatst op een stenen sokkel. Daarop is nergens een plaatje te vinden met informatie. Eigenlijk ook niet meer nodig in het huidige Google-tijdperk.

De naam van het beeldje is ‘De Ram’ en het is gemaakt door Jan van Baren. Jan is slechts 53 jaar geworden lees ik op Wikipedia. Hij overleed in 1995 in zijn woonplaats; het Groningse dorpje Westeremden. Op een andere site lees ik dat De Ram deel uitmaakt van een serie van twaalf dierenriemtekens.  Jan van Baren begon hier ooit aan in het kader van de Beeldende Kunst Regeling (BKR), maar voltooide deze serie niet. Zijn vroege dood kan daar niet de oorzaak van zijn, want hij maakte zijn ram al in 1975. Als 33-jarige beeldhouwer, twintig jaar voor zijn overlijden.

De Ram. Koppig, ambitieus. Valkuil: jezelf voorbij lopen. Ik ben er zelf één volgens de sterren. Hoeveel dierenriemtekens zou Jan uiteindelijk gemaakt hebben? Welke? En waar zouden die zijn? Zijn beeld ‘De Vis’ stamt ook uit deze serie. ‘Het plastiek stond tot het overlijden van de kunstenaar in 1995 bij zijn huis in Westeremden, hoewel de gemeente Groningen de eigenaar was. In 1998 vond deze een geschikte locatie voor het beeld’ lees ik op een andere site. Deze bronzen vis –met een bijzonder hoge rugvin leert Google Afbeeldingen mij – staat in een stadstuin aan de Mauritsstraat. Die ga ik binnenkort eens van dichtbij bekijken.

In de twaalf jaar dat ik in de Schildersbuurt woon, heb ik De Ram regelmatig bestudeerd. Hij staat namelijk op nog geen honderd meter van mijn huis. Ik kan hem zien vanuit de slaapkamer van mijn oudste zoon. Het beestje krijgt steeds meer lichtblauwe vlekken op zijn brons lijkt het wel. En zijn sokkel wordt steeds groener van het mos. Maar hij hoort hier thuis. Een wei voor hem alleen. Bovendien past het beeld qua onderwerp én uitvoering perfect tussen de huizen met elementen van de Amsterdamse School. In de eerste twintig jaar van de vorige eeuw waren architecten gek op gestileerde dierenfiguren.

Rijd of loop eens langs De Ram. Hij is de moeite waard. Over een paar weken staat hij in een kring van honderdduizenden roze bloesembloemetjes, als de prunussen hier uitbundig bloeien. Wat mij betreft hét moment om het Taco Mesdagplein en zijn bewoner eens te komen bewonderen.

De column verscheen in het januari-nummer van de wijkkrant van de Groningse Schilderswijk.

Reitdiep

Wenen en Budapest hebben hun Donau, Parijs de Seine, Lissabon de Taag en Londen zijn Theems. Prachtige, massieve rivieren, beeldbepalend voor die steden. Levensaders, omzoomd door levendige boulevards. Hun oevers met elkaar verbonden door monumentale  bruggen. Vroeger belangrijk voor de handel, nu recreatieve magneten voor bewoners en bezoekers. Niet voor niets al eeuwen gekoesterd door de stadsbestuurders. En zal ik u eens een geheim vertellen? De Groningse Schildersbuurt ligt ook aan zo’n – zonder overdrijven – machtige rivier. Het Reitdiep.

Vroeger was het de waterweg die de stad Groningen rechtstreeks verbond met de zee. Eb en vloed reikten tot in het stadscentrum. De boot naar Ameland vertrok vanuit de Noorderhaven. Zalmen zwommen tegen de stroom in van zee naar de stadsgrachten. Het Reitdiep was de muze van de beroemde Ploeg-schilders; zijn water werd in paars, geel en groen afgebeeld door deze impressionisten. En de rivier boetseerde al meanderend een adembenemend landschap. Het stroomdal van het Reitdiep is een van de oudste, best bewaarde  Europese cultuurlandschappen. Niet voor niets beschermd. Die beroemde rivier, die loopt dus op loopafstand van uw huis.

Stelt u zich eens voor, u wandelt op een zwoele zomeravond uw straat uit. Alleen, met geliefde of met de hond. Wat u wilt. Maar in ieder geval: op naar de rivier. De ondergaande zon heeft het water van het Reitdiep in vuur en vlam gezet en op een bankje aan de oever vraagt een puber zijn vriendinnetje om verkering. Zichzelf aankondigend met een schrille gil, scheert een oogverblindend blauwe ijsvogel door uw blikveld. Even verderop heeft een visser beet. U groet uw overbuurman die zijn bootje op de kade trekt, net terug van een tochtje naar Garnwerd. Daar dronk hij een uurtje daarvoor nog biertjes op het terras van Café Hammingh. U knikt over de heg naar een woonbootbewoner op zijn dek; hij heft zijn glas witte wijn. En u besluit uw wandeling langs het water op uw favoriete steigertje, pootje badend. Een utopie?

Er liggen afspraken met de gemeente Groningen om het zicht op het Reitdiep voor bewoners van de Schildersbuurt te verbeteren. Bijvoorbeeld door lagere begroeiing tussen de weg en de woonboten langs de oever. En door een verbod op schuttingen. Er liggen ook afspraken om op enkele plaatsen aan de Hofstede de Grootkade toegangen tot de rivier te creëren. Met een bankje, trapje, steiger of een combinatie daarvan. De afspraken staan al een tijdje. Zwart op wit zelfs. Het gaat nu enkel nog om de naleving ervan. Het wijkbestuur blijft de gemeente herinneren aan de afspraken. Ik ook, al dromend en schrijvend. Bij deze.

Deze column verscheen in het decembernummer 2012 van de wijkkrant van de Groninger Schildersbuurt.

Het Veldje

Ik speelde vroeger veel in het Sprookjesbos. Een betoverend mooi plekje in het bos achter ons huis. Het Sprookjesbos was een open stuk, vol pijpestro. Als de zon scheen, kleurde het goud. Op sommige plaatsen was nog een oud karrespoor zichtbaar. Van de vele hutten die we bouwden, stond onze mooiste in het Sprookjesbos. Eentje met een uitkijktoren, zodat we konden waken over ons land.

Iedereen heeft wel zo’n plek in zijn geheugen. Die wilde hoek achter in de tuin, de rommelzolder bij opa en oma, het bosje in de buurt of dat pleintje. Waar de tijd langzaam ging, waarvan je zelfs de geur nog kent. Die oude plek die je direct voor je ziet. Die nu veel kleiner lijkt dan toen. Voor mijn kinderen wordt dat hoogstwaarschijnlijk het Veldje. Het is een van de best bewaarde geheimen van de Schildersbuurt.

Weinig mensen weten dat er achter die ijzeren deur aan het Taco Mesdagplein een kinderparadijs verborgen ligt. Waar ooit bakkers en hun assistenten ploeterden in een grote, hete ‘volksbroodbakkerij’, spelen nu kirrende kindertjes. Bij de donkergroene toegangspoort worden ze verwelkomd door twee witte, moeilijk kijkende en gekromde mannen. Twee prachtige beeldhouwwerken van Arie van der Lee (1872-1959), geplaatst in de muren naast de deur. Een landarbeider met een schep en een fabrieksarbeider met een voorhamer verbeelden de glorie van de arbeid. Tegen beter weten in. Want nu, na 100 jaar welvaart, is alles anders. Bakovens en transportbanden zijn vervangen door wipkippen en glijbanen. En loodzware karweien als deeg roeren en balen meel zeulen, zijn verruild voor onbezorgd schommelen en voetballen. De ouders van die spelende kinderen werken allen zittend. Op de werkvloer zijn rugklachten en missende vingers vervangen door RSI en burn-outs.

Mijn twee jongens spelen er veel. Toen ze heel klein waren nog wel op de speeltoestellen, nu alleen nog maar met een voetbal. Soms moeten ze die ophalen ‘in die hoek met de hoge bamboe’. Daar is het donker en ruikt het raar. Daar gaan wilde verhalen over. Er lag ooit een matras. Volgens hen sliep daar wel eens een zwerver. En er stond ooit een stoel. Toen mijn oudste daar zijn hand oplegde, stortte die prompt in elkaar. Weet de kleinste dan weer te vertellen. Het is duidelijk, het Veldje zal nooit meer vergeten worden door mijn kinderen. En de verhalen zullen alleen maar spannender worden. Over dertig jaar vertellen ze wellicht dat ze een keer een dode zwerver op een matras hebben gevonden. In de Groningse Schildersbuurt, waar ze ooit woonden.

Deze column verscheen eerder in de juni-editie van de Wijkkrant Schildersbuurt.

Page 2 of 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén