Pierre Carrière

Concept & copy, schrijver

Sport als spiegel

Sinds een maand of drie doe ik weer aan sport. Ik tennis. Daar begon ik mee toen ik 10 jaar was. Tot mijn 18e speelde ik veel en fanatiek. Eenmaal studerend, en op kamers, verruilde ik de tennisbaan voor de kroeg. Vijftien jaar lang raakte ik geen racket aan. De comeback op mijn 32e stelde weinig voor – drukdrukdruk als ik was met een eigen bedrijf en mijn twee kleine kinderen –  en werd bovendien ruw afgebroken door gescheurde kniebanden. Er verstreken wederom vele tennisloze jaren, maar 43 leek me een prachtige leeftijd voor een tweede terugkeer op de baan. Zeker nu mijn beide jongens deze sport ook omarmd hebben.

Nu ik dit typ, rust mijn rechterelleboog heel bewust op het bureau. Mijn hele arm doet namelijk nog pijn van de tennispartij van afgelopen zondag. Net als in de wedstrijden van afgelopen weken ging ik veel te hard tekeer. Ik serveerde voluit als in mijn tienerjaren, joeg fore- en backhands vol topspin zo hard mogelijk over het net en liep als een idioot achter onhaalbare ballen aan. Met mijn gezonde verstand weet ik dat ik zo niet  moet spelen. Ik ben geen 18 meer, de omstandigheden in en om mij heen zijn veranderd. Een verstandig mens past zich daaraan aan. Maar tennissen gaat niet met het hoofd, maar op intuïtie.  En in mijn systeem wordt dit spelletje kennelijk direct gelinkt aan die fanatieke, ongeduldige en drieste tiener die ik ooit was. Te onrustig om lange rally’s te spelen en ‘de tegenstander de fout te laten maken’. Ik koos altijd direct de aanval; moest het punt zo snel mogelijk maken. En ik wilde altijd winnen. Ik sloeg nog net geen rackets stuk op de grond als ik dreigde te verliezen, maar kwam er al foeterend en scheldend wel dichtbij.

Ik ben inmiddels een stuk rustiger. Meer in evenwicht. Ik heb de laatste jaren veel over mezelf geleerd, zelfs via de snelkookpanconstructie van een burn-out. Ik heb oude mechanismen in mezelf blootgelegd. Met name die overlevingsstrategieën uit mijn jeugd die me nu meer in de weg zitten dan helpen. Ik heb daar afscheid van genomen. Tenminste, dat idee heb ik. Maar op de tennisbaan is daar weinig van terug te zien. Zodra de eerste bal op me afkomt, verander ik in de oude Pierre van lang geleden. Ik vertelde laatst aan mijn vriendin Linda dat ik ‘totaal mezelf niet was’ tijdens het potje tennis van die middag.

De enige winst die ik geboekt heb, is dat ik me over mijn gedrag verbaas. Dat ik me er van bewust ben. En dat ik geestelijk en lichamelijk voel dat dit niet (meer) bij me past. Het doet me beseffen hoe moeilijk leren is. Afleren vooral. Ik zie hoe vast bepaalde mechanismen verankerd zitten in een mens. Een individuele sport is een fantastische spiegel.

Er valt nog veel winst te behalen, in mijn leven en op de tennisbaan. Ik blijf het proberen. Natuurlijk accepteer ik hoe ik in elkaar zit. Ik zal altijd de aanval zoeken en niet voor het veilige, constante spel kiezen. Niet op de baan, niet in mijn leven. Maar het mag wel een onsje minder. Het mag wel iets meer naar het midden toe. Al was het maar om mijn tweede comeback niet vroegtijdig te laten beëindigen door een tennisarm. Dat zou me vele uren tennisplezier met mijn vrienden en jongens gaan kosten.

Volgende week vrijdag heb ik weer een kans. Dan kan ik wellicht bewijzen dat ik het spel kan spelen dat bij een 43-jarige, wijs geworden vader van twee kinderen hoort. Een man met een wankele rechterknie, een ongetrainde arm en een conditieachterstand. Een man die bewust op de baan staat. Die een goede balans weet te vinden tussen intuïtie en verstand, tussen hart en hoofd. Iets rustiger serveren dus. Minder hard slaan. En ik hoef niet elke bal te halen. Als dit me lukt, mag mijn tegenstander de twee sets in zijn tas steken. Dan versla ik hem wellicht over een tijdje wel met mijn nieuwe, verbeterde spel; dat van Pierre 2.0.

Vorige

Ongehoord!

Volgende

Hoogtepunt

  1. Als je vechtlust hebt leer je het nooit af. Al hoe vaak men kritiek krijgt. Twee jaar geleden ben ik op bridge gegaan. Iedereen zegt je wilt te vlug, maar ik ben gretig, snel snel dat zal ik leren. Heel vaak mijn hoofd stoten en m’n partner( niet mijn man) in verlegenheid brengend.
    Het is en blijft moeilijk anders te leven dan je bent. Daarom herken ik je verhaal.

  2. Marc

    Inderdaad herkenbaar, Pierre. Laatste jaren ook veel blessureleed en dan het gras weer ruiken en als een dolle weer doelpunten willen maken. En als aardige, rustige jongen buiten de lijnen opeens constant het mondje vooraan tegen de scheidsrechter. Opvoedkundig niet echt handig weet ik inmiddels.

    En nu snel exit want ik moet weer zonodig zaalvoetballen.

Geef een reactie

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén