Toen ik in de zomer van 2008 freelance schrijver werd, bleek thuiswerken al snel lastig met twee jonge kinderen en een eveneens thuiswerkende vriendin. Dus ging ik op zoek naar een werkruimte. Niet te duur maar wel inspirerend. En op fietsafstand van huis. Uiteindelijk vond ik een winterproof tuinhuis op Tuin- en Recreatie Vereniging Stadspark. Een kantoor met veranda. Waar nul personeelsleden rondlopen, maar wel drie goudvissen rondzwemmen. Waar het uitzicht vanachter mijn bureau geen systeemwand of plastic ficus is, maar een uitgestrekte tuin. Met echte bloemen, vlinders, kikkers en vogels enzo.

Hier kan ik me goed concentreren en in alle rust werken aan reclameopdrachten of weer een nieuw boek. Binnen een kwartiertje fietsen ben ik in een andere wereld, mijlenver van huis. In de mooi-weer-seizoenen functioneert mijn kantoor eveneens als recreatiewoning voor het hele gezin. Een heerlijke plek om een weekendje te slapen, met zijn twee slaapkamers en grasmatje om te voetballen, badmintonnen of te luieren.

Op Kantoor Stadspark kan ik het hele jaar door terecht. Ook in de winter dus. Maar het is er dan wel wat spartaanser dan in de zomer. Ten eerste omdat er geen water meer uit de leidingen stroomt. En bijvoorbeeld ook niet in de stortbak van het toilet. Mijn watervoorziening bestaat in het koude seizoen uit flessen Spa-blauw voor koffie en thee, een jerrycan kraanwater voor de afwas en een emmer regenwater uit een van de twee tonnen rond het huis voor het doortrekken van de wc. Het ‘ijs uit de regenton hakken’ is dus zo’n typisch winters kantoorklusje bij mijn tuinhuis.

Naast het waterongemak is er nog een ander minpuntje: de temperatuur. Die lag de afgelopen winters regelmatig voor langere perioden onder nul. Als ik ‘s ochtends ‘op kantoor’ kom, vriest het binnen. Met een straalkachel en de houtkachel ben ik wel een uur of twee bezig om het enigszins aangenaam warm te krijgen. En dan ben ik al blij met 15 graden. Het eerste uur werk ik vaak met mijn jas aan.

Het grote voordeel van de winter is het gebrek aan afleiding. In het voorjaar en de zomer lokken de tuin, de zon en het opblaaszwembadje. Knappe jongen die dan uren achter elkaar achter zijn toetsenbord kan blijven zitten. In de winter valt er weinig te doen in en om het tuinhuis. Het enige is eigenlijk het ophangen van vetbollen en pindazakjes en het bijvullen van het vogelhuisje met vogelzaad. Sinds vorig jaar eekhoorns, steenmarters en kraaien er vandoor gingen met hele vetbollen in hun bek, berg ik ze bij het weggaan ook weer op trouwens. Het vogelvoer levert aan de rand van het prachtige park mooie vogels op. Zo komt de grote bonte specht elke dag wel een paar keer langs, net als de boomklever en zwarte meesjes. Kortom, ik schrijf en geniet hier met volle teugen!