Concept & copy, schrijver

Categorie: Columns Pagina 3 van 12

De Herman Colleniusbrug

brugWanneer ik via de Herman Colleniusbrug de Schildersbuurt verlaat, wordt het gevaarlijk. Bijvoorbeeld voor mijn portemonnee. Op het parkeerterrein van de supermarkt direct na de brug is mijn parkeervergunning niet meer geldig. Die gele supermarkt – waar sommige mensen voortdurend bij de kassarijen loeren op een gratis kar boodschappen – staat in de Oranjewijk. En regels zijn regels. Op kruipafstand van mijn Schilderswijk, winkelend tussen buurtgenoten, liep ik al twee keer tegen een parkeerboete op.

Maar goed, hier valt mee te leven. Met iets anders heb ik veel meer moeite. Nadat ik het Reitdiep oversteek via deze brug, loopt namelijk ook mijn gezondheid direct gevaar. Dan ben ik beland op een van de meest onoverzichtelijke kruispunten van Groningen. Fietsen, auto’s, brommers en voetgangers komen van alle kanten. Vanuit het niets lijkt het soms wel. En al die weggebruikers hebben diezelfde vragende blik in hun ogen: wie heeft er hier in godsnaam voorrang? Voor mezelf vind ik het nog niet zo erg. Maar voor al die schoolkinderen, waaronder die van mezelf, des te meer! Never a dull moment op de Herman Colleniusbrug. Het levert soms spectaculaire beelden op. Zo zag ik vorig jaar nog een fietsende vrouw met een gestrekte salto over de motorkap van een auto vliegen. Die keer dat een vader onder een stadsbus zijn aangereden zoontje probeerde te kalmeren, was minder. Dat jongetje kwam ik enkele maanden later nog tegen in het Noorderplantsoen. In een rolstoel.

Natuurlijk kan de Herman Colleniusbrug hier allemaal niets aan doen. Het is gewoon een nette brug. Prachtig gelegen, naast de watertoren. En voorzien van een monumentaal brugwachtershokje. Een ontwerp uit het begin van de vorige eeuw, met veel glas en een mooi gewelfd dakje. Als de brug open staat, recht omhoog, is het net een abstract schilderij met z’n verticale banen van leuningen, stoepen en wegdek in grijs- en zwarttinten. En daarvoor dan die contrasterende horizontale lijn van de slagboom, wit-rood gestreept. Schitterend. Ze hadden hem wel de Mondriaanbrug mogen noemen van mij.

Op één dag in het jaar staat de brug urenlang open. Het is dan net of hij defect is en de hele buurt wacht op het busje met de monteurs. Langs het Reitdiep staat het dan zwart van de mensen, zelfs op de woonboten. Allemaal turen ze dan hoopvol naar de brug, alsof ze hem weer naar beneden willen kijken met z’n allen. Om weer boodschappen te kunnen doen. Of naar school te gaan, want het stikt op die dag ook van de kinderen langs de kade. Ik heb het natuurlijk over 5 december. Want als de boot van Sinterklaas de Herman Colleniusbrug passeert, is hij officieel aangekomen in Stad. De eerste enthousiaste gilletjes en liedjes die de goedheiligman verwelkomen in Groningen, zijn die van de Schildersbuurtkindertjes. Ik heb er vaak gestaan met mijn kroost. Op de boot van Jan, die ik ken uit mijn stamkroeg. We vingen vochtige pepernoten van Waterpieten uit kano’s. Vergaapten ons aan de capriolen van de Turnpieten aan dek van een begeleidende boot. We zwaaiden naar de Sint. En naar het hoofd van de Vereniging Volksvermaken, die vroeger bij ons in de straat woonde. De Herman Colleniusbrug. Passeer hem en er gebeurt iets.

Deze column verscheen in de Wijkkrant Schilderswijk Groningen, in oktober 2014.

De oorlog

kogelgatVandaag is het 6 mei. De periode waarin oubollige oorlogsfilms de tv-programmering bepalen, is voorbij. Gisteren stond ik nog met mijn jongste zoon de vrijheid te vieren in het Stadspark. Met bier, cola en rock-’n-roll. De dag ervoor waren we met het hele gezin twee minuten stil, de kinderen inmiddels zonder de slappe lach te krijgen. Bij dodenherdenking denk ik altijd weer terug aan mijn jeugd. Dan zat ik op de bank met twee mensen die de oorlog overleefd hadden. Dat voelde toch anders. Emoties hingen voelbaar in de woonkamer. Op die avond hadden mijn ouders het ineens niet meer over Duitsers maar over rotmoffen. Tussen hun 7e en 12e jaar leefden ze onder Duits bewind. De slogan die tegenwoordig voor 5 mei geldt – vrijheid geef je door – werkt ook de andere kant op: oorlog geef je door. Mijn generatie, kinderen van oorlogskinderen, heeft nog altijd een stevige Duitserhaat. Hij is gebaseerd op de trauma’s van onze ouders en zal ook deze zomer tijdens het WK Voetbal weer massaal opspelen. Wat je al niet aan elkaar doorgeeft als je niet uitkijkt.

Het viel me op dat er de afgelopen dagen flink wat vlaggen wapperden in de Schildersbuurt. Ook het exemplaar aan de watertoren herinnerde de buurtbewoners aan de zwaarbevochten vrijheid. De Tweede Wereldoorlog is niet onopgemerkt voorbij gegaan aan onze wijk. In de gevel van mijn huis aan de Wassenberghstraat zitten twee zichtbare sporen. Stervormige gaten in de rode baksteen, met in het midden de ronde kogelinslag. Verderop in de straat zijn zelfs nog kogelgaten in de blankhouten voordeuren te vinden. Wanneer je goed kijkt, zie je kleine vierkante stukjes hout die in 1945 vakkundig zijn ingebracht. Zo’n doorzeefde deur stond natuurlijk wat slordig. Het zorgde bovendien voor een lelijke valse trek in huis. De meeste kogels die hier door de straat floten, kwamen uit geweren van Duitsers die vuurden vanuit de watertoren en het Noorderplantsoen. En uit de geweren van Canadezen, die terugschoten. Gelukkig maar, anders hadden mijn zoon en ik gistermiddag in het park wellicht niet staan kijken naar dat geweldige, talentvolle bandje uit Groningen: The Blind Roofers. Houd ze in de gaten.

Binnenkort is er niet alleen op 4 en 5 mei aandacht voor de oorlog in onze wijk. Het hele jaar door zijn dan de Stolpersteine van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig te zien. In het Nederlands: struikelstenen. Betonnen klinkers met een messing plaatje erop van 10 bij 10 centimeter. Ze komen te liggen voor de huizen waaruit ooit Joodse gezinnen werden gehaald. In het najaar van 1942 zijn 191 Joodse wijkgenoten opgepakt en vermoord in Duitse vernietigingskampen. Op zo’n struikelsteen staat de naam, geboortedatum, deportatie- en sterfdatum van de voormalige bewoner. Een eerbetoon waarvoor je even stil moet staan. En het hoofd moet buigen. Weer zo’n mooi initiatief van een groepje betrokken buurtbewoners. De eerste Stolpersteine van onze wijk – in meer dan 600 Europese steden liggen inmiddels ruim 40.000 exemplaren – komen in ‘mijn’ straat te liggen. Ze worden geloof ik eigenhandig geplaatst door Gunter Demnig zelf. De bedenker van een prachtig idee en een dito achterliggende gedachte: ‘een mens is pas vergeten, wanneer ook zijn naam is vergeten’. Je kunt maar beter namen doorgeven dan trauma’s.

Deze column verscheen eerder in de wijkkrant van de Groninger Schildersbuurt, in juni 2014.

Jozef Israëlsplein

751f44fb-a553-4f9c-b7a8-7651ffef17c0Jozef Israëls maakte als schilder furore in Amsterdam, Parijs en Den Haag. Zijn werk hangt in wereldsteden als Londen en Detroit. Maar het plein dat naar hem vernoemd is, ligt in zijn geboortestad Groningen. Vanzelfsprekend in de Schildersbuurt.

In 1903 krijgt het plein zijn huidige naam. Alleen in de Tweede Wereldoorlog heette het even anders. Omdat de naamgever van Joodse komaf was, verhingen de nazi’s de bordjes en werd het plein tijdelijk vernoemd naar de onbekende schilder De Vries Lam.

Deze ochtend ligt het plein er zonovergoten bij. In het midden, waar ooit een telefoonmast stond, glimmen maar liefst zes putdeksels. Er komt hier kennelijk veel bij elkaar. Op de trottoirs staan nooit meer de marktkramen van weleer, maar fietsenrekken vol bontgekleurde studentenrijwielen. Tussen twee fietsen ligt een rood met wit geblokte voetbal. Wanneer de heren uitgeslapen zijn, zal deze weer rollen over de klinkers van het plein. Het belooft een zonnige dag te worden.

Het Jozef Israëlsplein was ooit een levendige ontmoetingsplek. Bijna alle panden werden bezet door winkeltjes. Dat is nog duidelijk zichtbaar aan de gevels met oude puien, grote etalageruiten en hier en daar een originele winkeldeur. Een bruinleren bank uit de kringloopwinkel staat tegen de gevel van het hoekpand waar ooit kruidenier Beekhuis gevestigd was. Hij sloot zich aan bij De Spar: Door eendrachtig Samenwerken profiteren allen regelmatig. Fijne naam. Vooral die belofte dat klanten soms ook niet profiteerden.

Inmiddels zijn de meeste toonbanken vervangen door studentenbedden. De enige rinkelende kassa op het plein is die van drankenshop Square. Een wereldplek voor een slijterij, met de doelgroep op kruipafstand. De slijter schrijft elke dag met krijt diepzinnige spreuken op de schoolborden aan zijn gevel. ‘Het geluk vermenigvuldigt zich steeds wanneer je het met iemand deelt’ leren de bewoners en passanten vandaag. Proost.

In de oorlog werd het plein hard getroffen. Letterlijk en figuurlijk. Veel Joodse bewoners werden door de Duitsers uit hun huizen gehaald en gedeporteerd. En op vrijdagavond 26 september 1941 volgde er wederom een harde klap. Een Engels vliegtuig liet zijn bommen los boven de Schildersbuurt. Wellicht dacht de piloot boven een Noord-Duitse stad te vliegen of drukte hij op de verkeerde knop. We zullen het nooit weten. De brisant- en staafbrandbommen kostten drie mensen het leven en vernietigden diverse panden in de directe omgeving. Op het Jozef Israëlsplein ging het pand met huisnummers 7 en 8 in vlammen op. Al in de oorlog werd begonnen met de herbouw, naar een ontwerp van Ploegkunstenaar Job Hansen. Het sombere pand met twee donkere portieken en bruine voordeuren, die zo uit een woonwagen lijken te zijn gesloopt, doet mij verlangen naar zijn schilderijen. Impressionistische doeken met een bijzondere kleurzweem omdat hij zijn olieverf vermengde met benzine. Wat kon die architect schilderen.

Over negen maanden staat het plein wederom in vuur en vlam. Tijdens het traditionele vreugdevuur op oudejaarsavond, omarmen Stadjes en studenten elkaar en het nieuwe jaar. Dan is het Jozef Israëlsplein weer even die plek van ontmoetingen, waarvoor het ooit ontworpen is.

Deze column verscheen in april 2014 in de wijkkrant van de Schilderswijk Groningen.

 

De Kraneweg

fotoDe Kraneweg is de slagader van de Groningse Schildersbuurt. Kaarsrecht verdeelt hij de wijk in een noord- en zuidkant. Waar ’s nachts de stille straatjes van onze wijk dorps aandoen, is de Kraneweg grootstedelijk. Taxi’s en nachtbussen rijden dan af en aan. Zingende studenten slingeren in groepjes richting hun studentenhuizen. Hun jaar- of huislied wordt af en toe overstemd door een luide sirene. Voor de hulpdiensten is de Kraneweg de snelste verbinding naar het westen van de stad. Ook het gemeentebestuur beschouwt hem als transportader. Recente investeringen betroffen stil asfalt en zuinige straatverlichting.

De Kraneweg is altijd al een belangrijke route naar de stad geweest. Op een kaart uit 1565 staat hij al getekend. Over het toenmalige zandpad dreven boeren hun vee richting de markt in de stad. Begin vorige eeuw reed er een tram. Later trolleybussen. Maar zou de Kraneweg niet meer kunnen zijn dan hij nu is? Een lust voor de ogen van bezoekers en bewoners bijvoorbeeld? Een feest voor voetgangers en winkeliers? Als een Franse boulevard?

 Martin Bril schreef ooit een column over de Kraneweg. In de Volkskrant, op 29 mei 2002. Hij was er lang niet geweest. Twintig jaar daarvoor liep hij er vaak. Hij studeerde aan het instituut op nummer 48. Zijn beeld van de straat klopte niet meer met de werkelijkheid van 2002. De Kraneweg was helemaal niet zo statig als hij dacht. En ook niet zo ver van het centrum. Maar de panden en afstanden waren niet veranderd. Hij wel. De Kraneweg was niet meer de hoofdader van zijn leven. Hij had zich gevoegd bij alle andere straten van de wereld. Dat vond hij een opluchting. Hij is inmiddels overleden. Net als Pim Fortuyn, die hij wel eens tegenkwam op zijn instituut. Ach Martin.

Op de Kraneweg zijn nog enkele bedrijven gevestigd. Hier ontmoeten twee totaal verschillende werelden elkaar. Die van de geest en die van de maag. In de chique panden huizen psychologen, haptonomen, therapeuten, yogastudio’s en zelfs een zenuwarts. Ze doen goede zaken in deze razende wereld die steeds minder goed is te volgen voor ons hoofd. Tussen de praktijken door zijn er louter adressen voor een snelle hap. Een belegd broodje, patatje, afhaalpizza, zakje krentenbollen of een bak bami. Ook onmisbaar in deze wereld, waarin tijd voor eten steeds schaarser wordt.

De Kraneweg. Er is de laatste weken iets veranderd. De heftige stormen van dit najaar trokken hun sporen. De straat wordt omzoomd door boomstronken. Een geluk bij een ongeluk, want de bomen die er stonden waren boompjes. Klein, iel en veelal ongezond. De buurt ruikt kansen. Mooie, hoge bomen zouden een enorme stap zijn richting die statige, Frans aandoende boulevard. Er zullen nieuwe bomen moeten komen. Stel je eens voor; platanen van tien meter en hoger! Ik zou het prachtig vinden. En Martin waarschijnlijk ook. Hij was dol op Frankrijk.

Deze column verscheen in januari 2014 in de wijkkrant van de Groningse Schildersbuurt.

Pagina 3 van 12

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén